Dit artikel zou niet mogen bestaan in de ideale wereld. Maar ik moet het er toch even over hebben.
We hebben er jaren over gedaan om iedereen erop te wijzen dat software-updates direct geïnstalleerd moeten worden. Dit heeft even geduurd omdat niet iedereen elke dag, de hele dag, met computers werkt en er alles over weet. Dat is logisch en prima. Maar is er een beweging in gang gekomen die de reputatie van updates kapot maakt?
De wereld vóór updates
Het idee van updates is dat deze software beter maken. Heel vroeger waren er geen updates. Als je in 1993 een CD-ROM kocht van een computerspel bij de Bart Smit, dan was het spel zoals het op de CD-ROM stond. In die tijd moest je als programmeur goed nadenken voordat je software als definitief bestempelde. Het ging er niet alleen om dat je alles uitvoerig getest had en dat het correct werkte. Het ging er ook om dat je daarna de opdracht gaf aan een fabriek om 50.000 CD-ROM's te branden. Er was weinig ruimte voor een foutje zonder dat het een financiële ramp werd.
Als we even doorspoelen naar net na de introductie van het internet, dan zien we een nieuwe manier van denken. Foutjes zijn vervelend, maar geen ramp. Want via het internet kan er ineens een update worden gedownload. En al snel zag men in: we hoeven geen 50.000 CD-ROM's meer te laten maken. We kunnen de software zelf ook via internet laten downloaden.
Hoe gemakzucht erin sloop
Dit had voor- en nadelen als je erover nadenkt. De mogelijkheid om software later te repareren was en is extreem fijn. Maar helaas is het een dubbelzijdig zwaard. Het betekende ook dat commerciële belangen het proces aangrepen om bochten af te snijden. Kort gezegd: in plaats van een langdurig, grondig en daarmee duur testtraject, kon software gewoon de wereld in geslingerd worden. Het motto was: "als er iets aan schort, dan repareren we het later wel". Hiermee kon in het begin een voordeel op de concurrentie behaald worden. Het scheelde immers tijd en geld.
Op dit moment zie je dit fenomeen nog veel terug in de computerspelwereld. Op dit moment bestaat een grote groep ontwikkelaars van computerspellen uit kleine teams. Teams met weinig middelen. Geen grote testafdelingen, dus geen of een beperkt QA-team (quality assurance, kwaliteitsbewaking). Er is vaak sprake van bèta's. Versies van het spel die getest kunnen worden door gebruikers, met de voetnoot dat er nog problemen in kunnen zitten. En als men die meldt, dan lossen ze dat op. Dat is een slimme manier van werken. Het bespaart tijd en geld om vooraf zelf goed te testen. Daarnaast is het zo dat de techniek veel ingewikkelder is geworden in de laatste tientallen jaren. Dus hoe goed je ook test, het is geen garantie dat het op elk apparaat goed werkt. Daarom is een bèta met spelers als testers zo waardevol.
Betrouwbaarheid is belangrijk
Met software anders dan computerspellen, zoals kantoorsoftware, is een bèta echter vaak niet zo populair. Op kantoor moeten we immers de kost verdienen. Er is geen behoefte aan experimentele software. We moeten betrouwbaar aan het werk. De kantoorsoftware is ondersteunend om de corebusiness uit te kunnen voeren, en dus moet die gewoon robuust en betrouwbaar zijn.
Toch is er iets geks aan de hand. Een veelgebruikt systeem is Windows, van het bedrijf Microsoft. En juist dat lijkt zijn pijlen de afgelopen jaren te verschuiven van volle aandacht voor Windows naar aandacht voor abonnementsdiensten, zoals een online Office-pakket en Azure-datacenters. De aandacht voor Windows als besturingssysteem lijkt al een poos verslapt. Dit is te merken aan de weinige vooruitgang, de introductie van twéé GUI's sinds Windows 10 die nooit afgemaakt zijn én nog veel meer.
Sinds Windows 11 wordt er zelfs gekeken naar reclame in het startmenu en de integratie van Recall en Copilot. Zaken waar niemand om vroeg, maar waar naar alle waarschijnlijkheid een economisch voordeel mee te behalen valt voor Microsoft, direct of indirect.
Dit was slechts één voorbeeld dat waarschijnlijk iedereen wel herkent, omdat bijna iedereen er wel ergens mee werkt. Maar deze trend is breder en lijkt momenteel bij veel ondernemingen te spelen.
Vertrouwen van de gebruiker
En dat druist in tegen het zorgvuldig opgebouwde vertrouwen van gebruikers om updates zomaar te installeren. Updates die broodnodig zijn om software veilig te houden. Want de wereld verandert elke dag een beetje meer. En daarom is veiligheid een kat-en-muisspel dat constante updates vereist. En dat snapten we allemaal. Om die reden installeren we updates meteen.
Maar als er commerciële partijen zijn die dit proces aangrijpen als een kans om het verdienmodel aan te scherpen, of erger nog, als politici een commercieel bedrijf dwingen om een update te verspreiden die in hun eigen voordeel werkt, dan raken we dat vertrouwen van de gebruiker kwijt. Software en IT zijn wetenschap, geen politiek. Maar software is ook geen gokkast van een casino; updates zijn niet bedoeld voor extreme winstmaximalisatie. En zeker niet naar aanleiding van dubieuze, verborgen, omstreden of zelfs onwettelijke telemetrie.
Vertrouwen komt te voet en gaat te paard.